Het Zonnestelsel
Miljarden jaren geleden was ons zonnestelsel een ronddraaiende wolk van gas
en materie, welke zich langzaam maar erg zeker verdichtte tot de zon en de
planeten die we nu kennen. Planeten zijn hemellichamen die in een vaste
elliptische baan om de zon draaien met een ritmische snelheid, hoe dichter de
planeet bij de zon staat, hoe kleiner de baan en hoe sneller zijn rondgang om de
zon zal zijn.
Er zijn klei tabletten gevonden, waarin de rondgang van de vijf van de Aarde
af zichtbare planeten in opgetekend zijn. Planêt betekent zwerfster, men zag
namelijk verschillende sterren veel sneller gaan dan de anderen, het leek
net of deze door de melkweg zwierven.
Vanaf de Aarde uit gezien is het bijzonder lastig om te ontdekken wie nou om
wie draait. Voor ons is dat gesneden koek, maar als je 's morgens de zon ziet
opkomen en 's avonds weer onder ziet gaan, moet je van goede huize komen om
zonder alle moderne hulpmiddelen van nu uit te vinden, dat wij om de zon draaien
en niet andersom.
De cirkel is 360°, de Aarde doet over zijn rondgang 365 dagen, men dacht dat
de zon om de Aarde draaide en dat deze een volledige cirkel beschreef hierdoor
hield men per jaar 5 dagen over, wat natuurlijk opgemerkt werd, doordat de
seizoenen verschoven, echter een verklaring had men hier niet voor. Wel is men
erg creatief geweest in het bedenken van oplossingen voor dit tijd probleem.
Een daarvan is dat men om de 5 jaar een feestmaand instelde, die telde
nergens mee en bracht de tellingen van de dagen weer in evenwicht. Later is dit
opgelost door de maanden een verschillend aantal dagen te geven zoals we nu
kennen en uiteindelijk bleek er weer iets niet te kloppen. Dat iets
trekken we nu eens in de vier jaar recht, door in Februari een 29e dag toe te
voegen.
In de Egyptische astrologie was dit fenomeen ook bekend, echter men ging daar
van de vaste ster Sirius uit. Elk jaar als Sirius boven de horizon verscheen,
eindigde de tijd van droogte en trad vlak daarna de Nijl buiten haar oevers en
moest het hele overheidsapparaat in werking treden voor het innen van
belastingen, de grote van het stuk grond wat men nam om te verbouwen was daar
bepalend voor.
Het was in die streken dus van levensbelang om dit tijdstip te weten. Helaas
kwam Sirius niet steeds op dezelfde tijd op, maar elk jaar 6 uur later, wat in 4
jaar tijd ook een extra dag geeft.
Zo zie je maar, dat het belangrijk is dat je weet op welke basis je afspraken
maakt, want dezelfde uitkomst betekent niet automatisch hetzelfde uitgangspunt.
Door het gebruik van de huidige atoom en cesium klokken zijn we er achter
gekomen dat deze tijd telling nog niet helemaal zuiver is en corrigeren de tijd
nu eens in de 100 jaar met een uur. Deze tijd correctie kunnen we voor geboorte
horoscopen verwaarlozen.
Omlooptijden van de planeten.
De omlooptijd van een planeet is de tijd die hij nodig heeft om één
omwenteling om de zon te maken. Vanuit de zon gezien krijgen we de volgende
omlooptijden:
|
1 |
Maan |
o |
28 Dagen |
|
2 |
Mercurius |
p |
88 Dagen |
|
3 |
Venus |
r |
225 Dagen |
|
4 |
Aarde |
0 |
1 Jaar |
|
5 |
Mars |
s |
2 Jaar |
|
6 |
Jupiter |
t |
12 Jaar |
|
7 |
Saturnus |
u |
30 Jaar |
Omloop tijden van de collectieve planeten.
|
8 |
Uranus (ontdekt in1781) |
v |
84 Jaar |
|
9 |
Neptunus (ontdekt in 1846) |
w |
164 Jaar |
|
10 |
Pluto (ontdekt in 1930) |
x |
248 Jaar |
Mercurius en Venus noemen we de twee binnen planeten, omdat ze tussen de
Aarde en de Zon staan en zes buiten planeten, waarvoor we naar de andere kant
moeten kijken.
Retrograde 3
Van de Aarde af gezien lijkt het soms of planeten achteruit lopen door de
dierenriem. Deze schijnbare teruggang noemt men retrograde beweging. In
de onderstaande figuur is te zien hoe dit fenomeen tot stand komt. We zien de
Aarde in een bepaalde periode een afstand om de zon afleggen, in diezelfde
periode lopen we een bepaalde planeet voorbij, waardoor we deze schijnbaar
terug zien lopen in de dierenriem.
Deze retrograde beweging wordt in de efemeriden aangegeven met een 3,of R voordat
de planeet weer vooruit gaat lopen, lijkt het of hij even stil staat, dit wordt
met een S (Stationair) aangegeven, op de datum dat er weer beweging in
komt zien we een D (Direct) staan.

In een bepaalde periode draaien de Aarde en Mars hun rondjes om de Zon, op
een bepaalde datum (A) kijken we naar de Zon en zien we deze in het sterrenbeeld
Tweelingen staan, kijken we op datzelfde moment naar Mars, dan staat deze in het
sterrenbeeld Waterman.
Aan het eind van die periode (B), doen we dezelfde observatie en zien de Zon
in het sterrenbeeld Maagd staan en Mars in Steenbok, waardoor het lijkt of Mars
terug gegaan is van Waterman naar Steenbok.
|